Frans Haks: De fluwelen revolutie van een kleine reus
Frans Haks was een visionair die een onuitwisbare stempel drukte op de kunstwereld. Zijn gedachtegoed en tomeloze toewijding vormen de kern van wat Toyisme vandaag is. Columnist Jan Mulder zei ooit treffend: ‘Het grootste kunstwerk van het Groninger Museum zit achter een bureau op het kantoor. Het heet Frans Haks.’

De visie van een pionier
Hij was klein van stuk, maar groots in alles wat hij deed. Frans Haks, directeur van het Groninger Museum van 1981 tot 1999, was een man die je niet snel vergat. Niet omdat hij schreeuwde, maar omdat hij durfde. Durfde te denken, durfde te kiezen, durfde te laten zien wat kunst kon zijn als je het de ruimte gaf.
Frans was geen directeur die achter een bureau bleef zitten. Hij was een vlinder, een ontdekkingsreiziger, een fluwelen revolutie in een uitgesproken pak. Hij was zeventien jaar lang de visionaire directeur van het Groninger Museum en liet een onuitwisbare indruk achter, niet alleen door zijn tentoonstellingsbeleid, maar ook door zijn markante persoonlijkheid.
Hij kwam bij ons thuis, met zijn vriend Johan en altijd met een verhaal. Wij bij hen in Amsterdam, aan de keukentafel, tussen de boeken en de herinneringen. Het was geen bezoek; het was een ontmoeting met een wereld waarin alles mogelijk was als je maar durfde te kijken.

Haks' invloed op de hedendaagse kunst
Zijn boek Een Pissende Poes is geen titel die je snel vergeet. Het is een weerspiegeling van wie Frans was: speels, onorthodox en altijd een stap verder dan verwacht. Hij had het vermogen om het alledaagse te verheffen tot iets bijzonders. Wat voor velen onbekend of vreemd was, maakte hij vertrouwd. Niet door het te verklaren, maar door het te tonen. Door het een plek te geven in het museum, in de stad, in het leven.
Frans was een bruggenbouwer. Niet van steen, maar van verbeelding. Hij bracht Groningen in contact met de wereld, en de wereld met Groningen.
Zijn tentoonstellingen waren geen demonstraties van kennis, maar uitnodigingen tot ontdekking. Wie het museum binnenstapt, wordt geen bezoeker maar een medereiziger op een reis zonder bestemming.
Zijn meest gewaagde zet was misschien wel de verhuizing van het Groninger Museum naar een plek tegenover het station, in een opzienbarend gebouw dat werd ontworpen door hoofdarchitect Alessandro Mendini en het Oostenrijks deconstructivistische architectenbureau Coop Himmelb(l)au. Andere ontwerpers, zoals Philippe Starck en Michele de Lucchi, deden ook mee. Het museum is een eclectische mix van stijlen en een architectonisch statement dat Groningen internationaal op de kaart heeft gezet. Het was precies de daad van een man die niet bang was voor grootsheid, zolang die maar diende om kunst dichter bij de mensen te brengen.

De verbinding met Toyisme
Frans opende met succes twee Toyisme-tentoonstellingen: in 2004 in Eindhoven en in 2005 in Den Haag. Hij zag de kracht van de beweging, nog voordat velen wisten wat ze zagen. Zijn steun was niet alleen een eer, maar ook een bevestiging dat Toyisme de ruimte verdiende en Frans gaf die ruimte, zoals hij altijd deed. Hij was een van de weinigen die begreep dat kunst vraagt om ruimte. En die ruimte gaf hij, aan kunstenaars, aan bezoekers, aan iedereen die de moeite nam om te blijven kijken.
Zijn inspirator was Sandberg, die als directeur van het Stedelijk Museum ook grensverleggend was. Haks wilde geen onderscheid maken tussen hoge en lage kunst: design, videoclips, graffiti, reclame, het mocht allemaal.
Frans Haks overleed op 23 december 2006 in Amsterdam, nu bijna 20 jaar geleden. Maar Frans is er nog. In zijn boeken, in zijn museum, in de herinnering van iedereen die hem heeft meegemaakt. En in de manier waarop wij Toyisten, kunstenaars, dromers nog steeds bruggen bouwen. Niet van steen, maar van verbeelding.
Dagelijks wandelen duizenden mensen langs het prachtige museum dat hij tot bloei bracht. Het wordt tijd dat de stad Groningen een straat, laan of plein naar hem vernoemt. Een eerbetoon aan een man die de stad kleur gaf, niet met verf, maar met visie.